Wetgeving in beweging

Op weg naar 2028: dit verandert er straks in box 3

Na jaren van voorbereiding is de Wet werkelijk rendement box 3 op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Het voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer, die kritische vragen stelt en verzachtingen onderzoekt. De beoogde ingangsdatum staat sinds het begin van het traject op 1 januari 2028 — eerder was 2027 het doel, maar dat bleek door de complexiteit en ICT-uitdagingen niet haalbaar.

Het principe: vermogensaanwasbelasting

Het nieuwe stelsel belast niet langer een fictief rendement, maar in hoofdlijnen uw werkelijke jaarlijkse resultaat: rente, dividend en huur, plus de waardeontwikkeling van uw vermogen — ook als u die winst nog niet heeft verzilverd. Daar staat een lager heffingsvrij bedrag tegenover: €1.800 aan resultaat blijft vrijgesteld, in plaats van het huidige heffingsvrije vermogen.

Wat dit voor verschillende soorten vermogen betekent

  • Spaargeld: u betaalt straks over de daadwerkelijk ontvangen rente — bij lage rentestanden vaak gunstiger dan het huidige forfait.
  • Beleggingen: ook ongerealiseerde koerswinst telt jaarlijks mee. Dat kan tot een liquiditeitsvraagstuk leiden: belasting betalen over winst die nog op papier staat.
  • Verhuurd vastgoed: belast over de werkelijke huurinkomsten in plaats van een forfait.
  • Niet-verhuurd vastgoed (bijvoorbeeld een leegstaande tweede woning): een vaste bijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde — bij gemengd gebruik geldt het hoogste van beide.
De Eerste Kamer maakt zich met name zorgen over dat laatste punt: jaarlijks belasting betalen over "papieren winst" die nog niet is verzilverd, kan voor beleggers met veel ongerealiseerde koerswinst een reëel probleem worden.

Wat nog niet vaststaat

De staatssecretaris onderzoekt momenteel onder meer een beperkte achterwaartse verliesverrekening (verlies in het ene jaar verrekenen met winst uit het jaar ervoor), een herziening van het vastgoedpercentage van 3,35%, en een aparte behandeling voor familiebedrijven. Een brief met de uitkomsten en de financiële dekking daarvan wordt voor de zomer verwacht — wij volgen dit voor u en werken dit artikel bij zodra er nieuws is.

Stand van zaken: augustus 2026. Dit wetsvoorstel kan tot de definitieve invoering nog wijzigen.

Wilt u dit soort duiding elke twee weken in uw inbox?

Gratis aanmelden